Laatste berichten

Laatste reacties

Mijn foto
Blog powered by TypePad

oktober 2009

ma di wo do vr za zo
      1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 31  
web-log.nl, powered by TypePad

Stadsgedicht 15

Drugsgebruik is onvermijdelijk onderdeel van iedere stad, dus ook van Leeuwarden. Vandaar een gedicht vanuit het perspectief van een Junkie. Het gedicht is geschreven in opdracht van de gemeente Leeuwarden, in het kader van een voorlichtingsdag voor onderwijsmakers.

Coldturkey

nu deze nacht diep in mij zakt
zweef ik langs de grenzen
van dit land; mijn hand heeft geen gewicht
mijn spiegelbeeld krijgt geen gezicht;
ik ben mager onder mageren
en wat ik hoor, wat mij ook drijft
dit blijft in deze zwart verlichte nachten
mijn adagium:

fuck de stenen in de straten
niemand hoeft mij nog te dragen
ik leef op lijnen en dein langs graten

de tijd staat stil, maar het wordt later

Stadsgedicht 14

In het kader van de Nationale gedichtendag organiseerde Tresoar een elfstedentocht in poezie. Twaalf dichters schreven een trajectvers. Mij werd gevraagd of ik voor het startgedicht wilde zorgen.

DE OVERTOCHT

De nacht slaat toe, ik zal niet breken.
Er is geen tijd en plaats
in dit tableau van gladde benen.

Niets krijgt méér gezicht
dan de laatste tellen
zonder strijd. Ik open mijn ogen

als kind in ongeboren licht
zie schimmen op de wand.
Buiten klinkt een vreemde

stem, morgen ben ik wie ik wil:
een gebroken lijf met witte baard,
achter mijn naam zal een kruisje staan.

Stadsgedicht 13

Het Zaailand zal binnen een paar jaar niet meer zijn wat het altijd was. De eerste voorbereidingen voor de vernieuwing zijn begonnen. Het plein spreekt richting de nieuwe burgemeester haar hoop en wens voor de toekomst uit.

ZIE MIJ

Dans op mijn schedel

of zet u te rusten in het zomerse licht,

flaneer langs mijn heupen

groepeer keer op keer in mijn hart

en bouw er uw stranden, volley- en voetbal maar

laat sjalotjes, salami’s, Emmentaler van hand tot hand

gaan of dender met vaart door een loop langs

een suikerspinkraam en grijpgrage armen van staal.

Geniet in de nacht van het zicht

op het licht van de gevels of verafschuw

mijn ronding, mijn bogen, mijn onvermogen

om mooi te zijn. Ik ken mijn gebreken!

Maar breek mij op en leg me neer

met warme handen, wieg me in de zoetste slaap

en ontwaak me na het blussen van de nacht;

ik ben een minnaar die wacht

op hem die niet kan wachten.

Stadsgedicht 12

Al langere tijd bestond in de Wielenpôlle  de wens om een totempaal vlak naast buurthuis de Kobbekooi te plaatsen. Wijkbewoners hebben daarom een plan ingediend bij project DOEN!, dat samen met wijkbewoners investeert in de verbetering van hun wijk. Christmas schreef voor de inwijding van deze totempaal een gedicht.

SMEEKBEDE AAN DE TOTEMPAAL

Totem, laat ons zien wat welkom

is, wat waarde heeft en wat gemist

mag worden, toon ons vriendschappen

zonder zorgen en verlichting

zonder licht.

Laat ons denken

aan de tijgers die we waren, aan stille krijgers

die we zijn, aan de kinderen die komen

en de dromen die we dromen

zullen deze nacht.

Totem, schenk ons heden ons dagelijks

vuur en heerlijk helder

licht op onze muren. Vermaak

de alledag tot een maatgesneden

jas.

Toon ons de getekende gezichten

uit uw romp: de wolvenkop, een vlinderhart,

de meeuw en al uw giften

uit de lang vervlogen dagen. Laat uw stam

de nieuwste vruchten dragen.

Laat ons dansen, rondes draaien

om een onvoltooid verleden te verfraaien

met een ritueel. Schenk ons veel

van wat wij kunnen geven;

de bezieling, heel dit leven.

Stadsgedicht 11

Stadsgedicht ter gelegenheid van de Pier Panderweek in oktober

In de Pier Pander Tempel in de Prinsentuin staan de vijf beelden die een hoogtepunt vormen in het werk van Pier Pander. Het belangrijkste beeld heet Alba, ofwel Uchtend. Pander zocht naar een persoonlijke beleving van religie en vond deze in de zoektocht naar zuiverheid. Over het scheppen van het beeld Uchtend en de zoektocht naar zuiverheid gaat dit stadsgedicht.

GEBOORTE

Blind was hij

maar zag ineens het licht

gebogen handje langs haar dij

en naast het bloeien van haar witte hart

en een oogwenk met zijn glinstering zag hij

de contouren van een nieuwe dag

als lijn voor zijn godin;

hij ontwaakte zonder in te slapen.

Hij schraapte, schuurde, bonkte en hakte

moedig en met kracht de lasten

van haar schouders en haar dijen.

Zo vond Pier de zuiverheid, een zoektocht kwam

ten einde. Het licht brak door, de Via Gaeta verstilde, 

hij deelde zijn adem en wilde slechts dit:

dromen zonder in te slapen.

De wereld draaide, maar hij stond stil.

Alba had hém uiteindelijk geschapen.

Stadsgedicht 10

Op 8 september 2007 vierde de Leeuwarder lekkernij ‘De Hofdames’ haar officiële première. ‘De Hofdame’ is een petit-four met een halfronde oranje boog, die te associëren is met de hoepelrok van een Hofdame. Als ingrediënten voor de laagjescake wordt er naast sinaasappel en honing ook citroencrème gebruikt. ‘De Leeuwarder Hofdames’ moeten een begrip in Nederland worden! Stadsdichter Derwent Christmas schreef een gedicht over de nieuwste lekkernij.

HOFDAME

Zoals de dame binnenkomt, maakt ze me gek;

de wellust tintelt om mijn mond en met mijn handen

rol ik zacht de boljurk van haar heup.

Ik sluit mijn luiken, proef de vruchten van haar geest

en alle allerdiepste sappen. Ik snijd haar lijf

tot honingzachte happen en duw mijn tanden in haar vlees;

zo proef ik het verleden en haar breekbaarheid

die mij verdooft. Maar eerst kus ik heel nederig

de kroonjuwelen van haar hoofd.

Stadsgedicht 9

Ruim zicht vanaf het hoge panoramadek van de Achmea Toren. Dat is mogelijk op zaterdag 8 en15 september. De Achmea Toren is dan open voor het publiek. Naar schatting 1000 mensen kunnen dan een blik werpen over de stad Leeuwarden, waarbij op heldere dagen zelfs Ameland is te zien.

PANAROMA


het baken in de spiegelstraat
stelde tijdenlang dezelfde vraag:
wanneer kom jíj boven?

eenmaal op de top zag ik
wat er bovenuit stak: de neiging
naar de vlakte en te zeilen op de stad

zo kwamen wij samen
en zogen wij ons vast aan de grond
van het hart en aan onze voeten

draaide alles door, maatconfectie en koffers
dansten langs de gracht en ergens in de verte
zag ik mezelf; Ameland

kwam geen meter dichterbij
het land was vlak, de stad veel stiller dan gedacht
eenmaal op hoogte daalde ik gewillig af

Stadsgedicht 8

Gedicht geschreven in opdracht van oud-burgemeester Dales. Het is zijn afscheidsgeschenk aan deze stad. Het gedicht zal in een van de stenen op het Oldehoofsterkerkhof worden vereeuwigd. Opdracht: schrijf een algemeen gedicht over het burgemeesterschap. Restricties: het gedicht mag niet over Dales gaan. 

Op de binnenkomst van een burgemeester

hij komt binnen in zijn stad
maar de straten zijn nog niet
van hem. Ze hebben geen ingesleten kleuren
en achter de onbekende deuren
lijken de huizen onbewoond
de mensen hebben geen gezicht
gekregen en van alle pleinen, straten, stegen
is de historie onbelicht

maar met het verstrijken van de tijd
nestelt hij zich als een vader in zijn stiefgezin
vult namen, kleuren, heden
en de toekomst in
schetst nog voor het verstrijken
van zijn termijn het gemis
dat onvermijdelijk aanstaande is

hij tekent een liefde die zich laat benoemen

stadsgedicht 7

Gedicht ter gelegenheid van de heropening van het Oldehoofsterkerkhof

Oldehoofsterkerkhof

we waren er aan toe
vertellen de stenen als mensen
van deze tijd hebben we de houdbaarheid
verlengd

we lieten ons straktrekken
rechtleggen leegzuigen
van kleur voorzien
wilden de illusie wekken
van onsterfelijkheid maar de tijd
weet wel beter

je hoeft de naam van ons plein
maar te weten en je hoort
de botten rammelen
kinderen jammeren in de armenschool
het zuchten van alles dat buigt
en knielt voor de zwaarste kracht

en soms, na de midzomernacht,
staat Sint Vitus in de ronding van zijn schip
als verloren heilige van dit vergeten bisdom

hij laat zich niet kisten
door de tijd die hem laag na laag plaveit
maar hij herrijst met de muren en verdampt
zonder strijd met de contouren mee
in de deining van de nieuwe klinkerzee

Stadsgedicht 6

Binnen de gemeente is een project van start gegaan dat geheel in het teken staat van het verbeteren van werkprestaties. Een van de speerpunten daarbij is harmonieus samenwerken. Van de werkgroep kreeg ik de opdracht om een gedicht over samenwerken te schrijven, dat gebruikt kan worden ter illustratie van de onlangs gepresenteerde plannen.

Een boomhut bouw je niet alleen

dit is de boom
met de hand die ons de ruimte bood
dit zijn de vingers die ons omarmden
op de warme zomerdagen

soms ruik ik op mijn huid
het schors
dat langs mijn wervels schuurde
voel ik de zwaartekracht
die op mijn schouders duurde en duurde
heel even maar

dit is de grond waarop ik stond
mijn handen ineen sloeg
waardoor jij een nieuwe ruimte vond
wij spelend leerden
dat de een zonder de ander
dat wil zeggen niet als boomhutbouwers

dit is wat ons bond
ik vouwde mijn handen
ik rechtte mijn rug